Bezoekersteller

De laatste 5 artikelen

Posts tonen met het label kennen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kennen. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2012

Vroeger kon iedereen elkaar - over kennen en kunnen


Kennen en kunnen. Voor velen nog niet zo gemakkelijk.
Als docent schreef ik op het bord:

"Kennut zijn dat ik u kan?"

Dan zag je sommige leerlingen denken: wat is er fout, dan? 
(dit laatste woordje 'dan' staat er omdat de school in Leiden stond. Leidse glibbers* zetten graag aan  het eind van de zin het zangerige, vragende 'niet dan?' of 'dan'.)

De hoodtijden van kennen: kennen-kende-gekend  kennis/weten/herkennen/bekend zijn
De hoofdtijden van kunnen: kunnen-kon-gekund   in staat zijn/vaardigheid/mogelijk zijn

In het knipsel bovenaan moet het natuurlijk 'kende' zijn, van kennen=bekend zijn met, weten, herkennen.

Het vetgedrukte zinnetje daaronder moet zijn:
"Kan het zijn dat ik u kende?"  (kan van kunnen en kende van kennen)

Wel goed zijn de volgende voorbeelden:
Ik ken de theorie van autorijden. (t.t. van kennen)
Ik kende de theorie (v.t. van kennen)
Ik heb de theorie nooit goed gekend. (vdw van kennen)
Ik kan autorijden. (t.t. van kunnen)
Ik kende de theorie. (v.t. van kennen)
Ik kon autorijden. (v.t. van kunnen)
Ik kende Jasper. (v.t. van kenen)
Zij heeft Jasper nooit gekend. (vdw van kennen)
Spellen heb ik vroeger goed gekund (vdw van kunnen)

K...... je deze taalregels al? (t.t. en v.t.)

* de uitschel (=uitscheldnaam) voor Leidenaars/Leienaars is eigenlijk niet Leidse glibbers, maar Leidse glippers. Zie een vorig blog hierover.

"Kan je die uitdrukking niet?"  Nee, die heb ik nooit gekund."  (wat is er mis met deze zinnetjes?)




woensdag 7 december 2011

Kennut zijn dat ik u kan?

Kijk naar de kop op de website van Onze Taal.
'kennen slecht Nederlands'
Is dit correct Nederlands??


Mij dunkt van niet.
(Hoe moet de kop dan luiden? Reageer onderaan.)

Elk jaar schreef ik als docent Nederlands op het schoolbord het volgende zinnetje:

"Kennut zijn dat ik u kan?"

Veel lieve Leidse scholieren keken me aan met een blik van: wat is daar mis aan? Dat is toch goed?  Ik schreef verder:

"Jan Willem kwam ik laatst tegen in de stad. Kon jij hem ook?"
"Ken het zijn dat jij die regels van het kofschip niet kan?"

Hoe was het ook al weer?
Kennen= weten, kennis hebben aan, herkennen
Hoofdtijden kennen: kennen-kende-gekend
Kunnen= in staat zijn, vaardigheid hebben
Hoofdtijden kunnen: kunnen-kon-gekund