Bezoekersteller

De laatste 5 artikelen

Posts tonen met het label Leids. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Leids. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2012

Vroeger kon iedereen elkaar - over kennen en kunnen


Kennen en kunnen. Voor velen nog niet zo gemakkelijk.
Als docent schreef ik op het bord:

"Kennut zijn dat ik u kan?"

Dan zag je sommige leerlingen denken: wat is er fout, dan? 
(dit laatste woordje 'dan' staat er omdat de school in Leiden stond. Leidse glibbers* zetten graag aan  het eind van de zin het zangerige, vragende 'niet dan?' of 'dan'.)

De hoodtijden van kennen: kennen-kende-gekend  kennis/weten/herkennen/bekend zijn
De hoofdtijden van kunnen: kunnen-kon-gekund   in staat zijn/vaardigheid/mogelijk zijn

In het knipsel bovenaan moet het natuurlijk 'kende' zijn, van kennen=bekend zijn met, weten, herkennen.

Het vetgedrukte zinnetje daaronder moet zijn:
"Kan het zijn dat ik u kende?"  (kan van kunnen en kende van kennen)

Wel goed zijn de volgende voorbeelden:
Ik ken de theorie van autorijden. (t.t. van kennen)
Ik kende de theorie (v.t. van kennen)
Ik heb de theorie nooit goed gekend. (vdw van kennen)
Ik kan autorijden. (t.t. van kunnen)
Ik kende de theorie. (v.t. van kennen)
Ik kon autorijden. (v.t. van kunnen)
Ik kende Jasper. (v.t. van kenen)
Zij heeft Jasper nooit gekend. (vdw van kennen)
Spellen heb ik vroeger goed gekund (vdw van kunnen)

K...... je deze taalregels al? (t.t. en v.t.)

* de uitschel (=uitscheldnaam) voor Leidenaars/Leienaars is eigenlijk niet Leidse glibbers, maar Leidse glippers. Zie een vorig blog hierover.

"Kan je die uitdrukking niet?"  Nee, die heb ik nooit gekund."  (wat is er mis met deze zinnetjes?)




maandag 24 oktober 2011

Kom je uit Leie dan?


Leiden is een mooie stad: de universiteit, de kakstudenten, de Pieterskerk en Hooglandse kerk, de grachten, de hofjes, de Burcht, de historie, het Rapenburg, het Leids Ontzet op 3 oktober, professoren, studentenkotten, het Stadhuis, de Breestraat en de Haarlemmerstraat, haring en wittebrood, klapstuk bij de hutspot.

Ik woonde er tussen 1978 en 2001, 23 jaar. Als mijn broekzak, kende ik het.
Om de Leidse taal moest ik altijd een beetje lachen: zo plat of zo kak. Bij dat plat Leids gaan de sprekers aan het eind van de zin met de stem omhoog, vaak gevolgd door 'dan' of 'toch'.
"Heb je al gegeten, dan?", waarbij gegeten de lucht in gaat.
"Als ik zo'n kop had, ging ik ernaast lopen, ja toch?"
Als je  'dan/ja toch' hoort, dan is het beslist een Leidse glibber/glipper, de bijnaam van de Leienaar. Dat 'glipper' verwijst naar de kwalijke reputatie van sommige Leidenaars tijdens het beleg door de Spanjolen. Zij glipten buiten de stadsmuren om te collaboreren met de vijand. Het is dus een scheldnaam. Glipper werd glibber.

Maar er is ook een bekakt Leids, gebezigd door de studenten, professoren, de elite. Ze hebben 1 aardappel in de keel tijdens het spreken. Vooral de uitspraak van de letter 'r' valt op. Men noemt het de Leidse r. Luister naar Sacha de Boer en Eva Jinek en je weet wat ik bedoel. Eva studeerde in Leiden. Ook bij Gooische meisjes en stewardessen hoor je vaak de Leidse (w)rollende r, waar de r bijna klinkt als een w:
"Voow de wramen zag je veel wrood kopuw" (Voor de ramen zag je veel rood koper).
Een Leids woord met  w’s: Woowowewal  = Roofoverval

Tot slot nog enige mooie exempelen van het hedendaags Leids.

Zij heb een kop as een ingedeukt spinazieketeltje. (lelijk iemand)

Moeders ideaal, een kinderwagen van Langezaal: was de reclameslogan die aan de gevel van de gelijknamige firma aan de Stille Rijn hing. Het verhaal gaat dat studenten ’s nachts de letters “erwagen” van de kinderwagen hebben verwijderd.Vanaf dat moment is de hilarische kreet: moeders ideaal, een kind van Langezaal te horen.
Ingezonden reactie: Moeders ideaal een kind van Langezaal klopt niet helemaal. Vroeger hing er aan de gevel van de firma Langezaal aan de Stille Mare een groot wit reklamebord met de tekst: Moeders ideaal een kinderwagen van Langezaal. Op een nacht hebben, waarschijnlijk studenten, van het woord kinderwagen de letters erwagen  weggeverfd. Nadat het Leidsch dagblad aandacht had geschonken aan het voorval, was het een tijd lang voor sommige mensen de gewoonte om zwangere vrouwen na te  roepen.  



Leidse vervoegingen van werkwoorden. In het Leids zitten behoorlijk wat afwijkingen in de vervoegingen van de sterke werkwoorden: ik heb ’t gemorke; d’r stinge veel mensen, hij plagt te zeggen, ik gaan(t), ik dors ’t niet, aas fallie, ik kon ‘m nie, ik ken d’r niks an doen, ‘k heb ’t daar neergelege en uiteraard: ken het zijn dat ik u kan?


Ja hee ik ben goeie Mie nie: Dat zei iemand die geen geld wilde betalen wanneer hem dat werd gevraagd om iet bijzonders te kopen bv. Goeie Mie was een gifmengster uit het begin van de vorige eeuw die zieke mensen dag en nacht bij stond, vervolgens hun geld afpakte om ze vervolgens met rattenkruid te vergiftigen.  


Nog meer? Hier Leidse les







woensdag 4 november 2009

Kennen en kunnen, een makkie, niet dan, ja toch?

Als docent Nederlands schreef ik wel eens het volgende zinnetje op het bord:

Kennut zijn dat ik u kan?


Mijn schatteboutjes keken ernaar en vroegen me: wat is fout, dan ? (ik werkte in Leiden, ja, toch!)

1. Maak de zin correct.
2. Hoe luidt de zin in de verleden tijd?
3. Hoe luidt de zin in de voltooide tijd?