Bezoekersteller

De laatste 5 artikelen

Posts tonen met het label oud-Nederlands. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oud-Nederlands. Alle posts tonen

dinsdag 19 februari 2013

Een Pype Tobacco

not me!

In de Navorscher van 1851 staat een stukje dat mij als pijproker wel aanspreekt.
Het is een taal van 162 jaar geleden die lastig is te lezen, maar met enige inspanning lukt het wel alles te lezen en te begrijpen.


Vrije vertaling:
De tabaksbladeren worden opgerold en gedroogd tot poeder.
Het pijpje is van zilver of van klei gebakken, een vinger lang met aan de top een kop (bakje) zo groot als een halve hazelnoot. In deze pijpekop doen zij het tabakspoeder. En steken de pijp aan met een heet kooltje of een kaars. Aan de andere kant van de pijp zuig je der rook in je lijf en mond. Als je vol rook zit, dan blaas je die weer uit door je neusgaten. Dat doe je zo lang tot het vuur in de pijp is uitgebrand. Je kunt het zo vaak doen als je wilt. Je wenst elkaar toe: een Pijp Tabak.

Een paar opvallende zaken in de schrijfwijze:
-zelfstandige naamwoorden worden vaak met een hoofdletter geschreven (Pypken, Neusgaten), maar vaak ook niet (poeder, cole, roock)
- de lange ij is steeds een y-grec
- ui is uy
- en is ende
- voorvoegsel -ge is -ghe (ghebacken, ghemaakt, uytghebrant)
- de -z is meestal een -s (silveren, haselnote, suyghen, soo)


dinsdag 17 januari 2012

Oud-Nederlandse namen maken meer indruk

In 1978 startte ik als docent in een nieuw gebouw aan de Turkooislaan in Leiden-ZW. De school heette Uytterdijk (buiten de dijk gelegen) en (na een verhuizing) later Rhijnwijck (kanaal nabij de Rijn). Ik vond de naamgeving van de scholen vergezocht, aanstelleritus.

Vandaag wijdt Jean-Pierre (gewoon Jan-Piet !) Geelen in zijn VK-rubriek Zegge & Schrijve een taalkundige column aan het verschijnsel om projectontwikkelaarsspeeltjes een oud-Nederlandsche naam te geven. Hij geeft vele voorbeelden:
Park Bloeyendael, Nieuwenhaegh, De Cortenaer, Groendael, Poelwijck, Hollandia Staete, Notensteyn.


Geen bouwsel is veilig. Iedereen kent het verschijnsel om zich heen. Het is lachwekkend en zielig. Zogenaamd om de plek of het gebouw met de historie te verbinden.

WAAROM toch? Ik verdenk al die naamgevers ervan dat ze hun stad, dorp, buurt, wijk, gebouw willen opleuken met iets deftigs, zeg maar staetigs. Te bang om een gewone naam te geven. Mensen willen niet gaan wonen in Rijnwijk, maar wel in Rhijnwijck.
De vooruitgang, gevangen in hopeloos verouderde spelling.
Ik bid u: ophouden met die aanstellerij. Je noemt een volksbuurtkind ook geen Clothilde, Fredericke of Jean-Pierre.

dinsdag 23 februari 2010

Balkenende is gesneefd

Deze week hoorde ik iemand op tv (ik meende dat het journalist Jan Tromp was) zeggen dat het kabinet-Balkenende nu al voor de vierde keer is gesneefd.
Van dit laatste woord werd ik meteen blij. Het woord 'sneven' zal alwel in mijn slapende woordenschat, maar ik had het in geen jaren meer gehoord. Het is ook geen woord dat je op school leert. In mijn geval heb ik het waarschijnlijk geleerd toen ik voor mijn studie een Vondeliaans drama las, vermoedelijk De Gijsbrecht.
Daarin wordt het nodige gesneuveld, gesneefd dus. Het is oud-Nederlands, minstens 16e eeuws.
Grappig dat een zeer bekwame journalist als Jan Tromp het af en toe eens gebruikt. Echt een woord voor de liefhebber van taal.

sneven


` sne - ven
(sneefde, is gesneefd)
verouderd sneuvelen