Bezoekersteller

De laatste 5 artikelen

Posts tonen met het label naamgeving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label naamgeving. Alle posts tonen

dinsdag 17 januari 2012

Oud-Nederlandse namen maken meer indruk

In 1978 startte ik als docent in een nieuw gebouw aan de Turkooislaan in Leiden-ZW. De school heette Uytterdijk (buiten de dijk gelegen) en (na een verhuizing) later Rhijnwijck (kanaal nabij de Rijn). Ik vond de naamgeving van de scholen vergezocht, aanstelleritus.

Vandaag wijdt Jean-Pierre (gewoon Jan-Piet !) Geelen in zijn VK-rubriek Zegge & Schrijve een taalkundige column aan het verschijnsel om projectontwikkelaarsspeeltjes een oud-Nederlandsche naam te geven. Hij geeft vele voorbeelden:
Park Bloeyendael, Nieuwenhaegh, De Cortenaer, Groendael, Poelwijck, Hollandia Staete, Notensteyn.


Geen bouwsel is veilig. Iedereen kent het verschijnsel om zich heen. Het is lachwekkend en zielig. Zogenaamd om de plek of het gebouw met de historie te verbinden.

WAAROM toch? Ik verdenk al die naamgevers ervan dat ze hun stad, dorp, buurt, wijk, gebouw willen opleuken met iets deftigs, zeg maar staetigs. Te bang om een gewone naam te geven. Mensen willen niet gaan wonen in Rijnwijk, maar wel in Rhijnwijck.
De vooruitgang, gevangen in hopeloos verouderde spelling.
Ik bid u: ophouden met die aanstellerij. Je noemt een volksbuurtkind ook geen Clothilde, Fredericke of Jean-Pierre.

donderdag 18 augustus 2011

Achternamen bestaan al 200 jaar, Sukkel!

Op 18 augustus 1811 verplichtte Napoleon iedere Nederlander een achternaam te dragen, zo lees ik vandaag in de Volkskrant. Ik lees ook waarom. Nuttig bij het innen van belastingen en het werven van soldaten.

Taalonderzoeker Bloothooft (What's in a surname?) legt ook uit dat veel Nederlanders juist niet in 1811 een ongemakkelijke, ondeugende achternaam kozen om Napoleon te pesten. Die rare achternamen als Sukkel, Kloot, Pik of Poepjes bestonden al veel langer en hadden een heel andere betekenis dan nu. Bijvoorbeeld Sukkel was geen loser, maar een zoon van  (voornaam) Sickel. Verder schrijft hij dat m.n. in Zuid-Nederland in 1811 al 70% van de mensen een achternaam had.

Waarom lees ik dit nu pas en niet 40 jaar geleden? Ik had dit eerder willen weten. Want ik en de meeste Nederlanders lopen hun hele leven al rond met de onzininformatie over de achternamen.

Tot slot nog een anekdote.

Ik stond als jong knaapje met ons gezin op een camping aan het Veluwemeer. Een paar vriendjes van me waren ook overgekomen uit Veenendaal. 's Avonds moesten we ons in een grote tent opgeven voor de spannende dropping die nacht. Alle inschrijvers werden in groepen verdeeld. De tent was barstensvol, jongeren en volwassenen. De namen van de groepsindeling werden  via de geluidsinstallatie rondgetoeterd. Een van mijn vriendjes heette Epi Sukkel. Toen de blikken stem omriep "Sukkel", lag de hele tent in 1 deuk, algemene hilariteit. Mijn vriendje werd ineens onvindbaar (kroop onder het denkbeeldige tentzeil), ik kreeg een rode kop en bijna een halve eeuw later schaam ik me nog dat ik een vriendje had met de naam Sukkel.
(Ter geruststelling: de brave borst is later verder gegaan door het leven onder de naam Evert Suvee, waarover  bij droppingen nu niemand vervelend zou doen.)